coaching

Bijna 50 jaar, hoe is dat Tooske?

Hoe ervaren andere vrouwen hun midlife-fase, de levensfasefase die pakweg valt tussen de veertig en zestig jaar? Waar maken zij zich zorgen over? Wat is er anders dan voorheen? Hoe zitten zij in hun vel. Zijn er overeenkomsten tussen deze vrouwen? Als bijna 50-er ga ik met deze vragen op pad en ga ik in gesprek met verschillende vrouwen boven de veertig jaar.

Ik heb een gesprek met Tooske, een vriendelijke vrouw van 47 jaar. Zij is 23 jaar getrouwd en heeft 4 kinderen van 21, 19, 16 en 13 jaar.  Haar zoon van 19 is net het huis uitgegaan. Tooske werkt in het onderwijs. Haar man heeft een klusbedrijf.

Het is een grijze dag in januari als Tooske mij verwelkomt in haar huis. We drinken koffie aan de grote keukentafel. Tieners vallen om de beurt de woonkeuken binnen. Vrienden en vriendinnen komen en gaan. Het is de zoete inval. Voordat we beginnen met het gesprek krijgen alle pubers de instructie ons niet meer te storen.

Tooske geeft aan dat zij niet het gevoel heeft dat de termen midlife en overgang op haar van toepassing zijn. Ze associeert het met ouderdom, iets wat haar nog niet aangaat. We beginnen het gesprek en ik vraag aan Tooske waaraan ze merkt dat ze ouder wordt en hoe ze dit ervaart. Dit is haar verhaal.

Geen twintig meer.

Kwaaltjes, ik merk aan mijn lijf dat ik geen 20 meer ben. Ik heb last van artrose en kan mijn lievelingssport hierdoor niet meer doen en dat is best wel slikken. Ik ben jong om nu al artrose te hebben en ik vraag me dan wel eens af hoe het zal zijn als ik 70 ben. Ik denk dat ik wat trager ben. Tegenwoordig lachen mijn kinderen lachen me uit omdat ze nieuwe snufjes op hun en mijn mobiel sneller doorhebben dan ik. En de laatste tijd merk ik dat het wat lastiger om op gewicht te blijven.

(Schoon)ouders

Soms heb ik wel eens zorg om mijn (schoon)ouders. Die zien mensen om zich heen wegvallen of ziek worden. Ik besef  steeds vaker dat wij ook ooit een verontrustend bericht zullen krijgen en dat daarna niets meer hetzelfde is. Mijn schoonvader is ernstig ziek. Ik maak me wel zorgen over mijn schoonmoeder. Zij leunt erg op hem. Hoe zal het met haar gaan als mijn schoonvader er niet meer is? Mijn eigen ouders wonen om de hoek. En die zijn gelukkig nog best vitaal en gezond. De laatste tijd vallen er om hen heen ook steeds meer mensen weg. Dat doet mij wel beseffen dat het zomaar ineens afgelopen kan zijn. Mijn ouders hebben veel voor onze kinderen gezorgd toen ze klein waren. Dat was heel fijn en daar ben ik ze dankbaar voor. Als mijn ouders zorg nodig hebben dan ben ik er voor ze. Misschien betekent dat ik dan wat minder moet gaan werken. Dat zou ik jammer vinden maar ik vind dat mijn ouders dat zeker verdienen.

Op kamers

Afgelopen zomer is onze zoon op kamers gegaan. We waren er allebei aan toe. Toen hij nog thuis woonde was hij op het laatst veel van huis. Vrienden, school, bijbaantjes. Het is het eigenlijk heel natuurlijk gegaan. Ik voelde me soms hotel mama en dat gaf wel eens gedoe. Als hij nu thuis komt, is het gezellig. Maar als hij dan kiest voor zijn nieuwe thuis raakt dat toch, is het hier dan niet leuk genoeg? Dit gevoel kan ik wel relativeren. Zo hoort het ook. Het is een gezonde ontwikkeling.

Pubers

En ik heb nog 3 kinderen thuis wonen. De oudste is de puberteit ontgroeid en die is inmiddels voor rede vatbaar. Die gaat haar eigen gang. Bij haar hoef ik ook echt niet aan te komen met bedtijden of iets dergelijks. Onze zoon van 16 staat nu voor zijn eindexamen. We worstelen ermee wat voor hem de goede aanpak is. Hij vindt de verleidingen van de moderne samenleving zoals Netflix, games en social media heel moeilijk te negeren. Met als gevolg heel matige resultaten op school. Moet ik er meer bovenop zitten? Er zit zoveel meer in dat er nu uitkomt. Aan de andere kant moet hij ook leren om zijn verantwoording te nemen. Ik vind het ook lastig omdat ik zelf heel serieus met mijn schoolwerk omging. Ik probeer me er maar niet teveel aan te storen en hem zijn eigen verantwoordelijkheid te geven maar dat is wel eens lastig.

Overgang

Ik hou me nog niet zo bezig met de lichamelijke overgang. Ik voel me ook niet verbonden met die term. Bij de overgang denk ik aan zwetende vrouwen met teveel kilo’s en een rood hoofd. Zo zie ik mezelf niet. Ik heb nooit veel last gehad van veranderingen in mijn hormoonhuishouding. Ik voel mij eigenlijk altijd wel stabiel. Die overgang, wellicht fiets ik er wel doorheen. Er zijn ook vrouwen die weinig of geen last van de overgang hebben. Ik hoop dat ik tot die categorie behoor.

Niet goed in mijn vel.

Een aantal jaren geleden zat ik niet goed in mijn vel. Dat kwam door mijn werk. Ik had een overvolle klas met veel kinderen die zorg nodig hadden, ik trok dat niet en voelde me ernstig tekort schieten. Ik heb toen een tijdje op therapeutische basis gewerkt. Ik denk omdat ik toen al wat ouder was mij goed realiseerde dat het geen zin had om door te worstelen omdat ik dan alleen maar dieper in de put zou komen. Ik heb geleerd dat ik signalen van stress serieus moet nemen. En dat doe ik nu ook. Deze ervaring en het besef dat burn-out in het onderwijs bij veel mensen voorkomt heeft me daadkrachtiger gemaakt. In het onderwijs moet echt iets veranderen.  Als ik nu teveel last van stress zou hebben dan zou ik mij anders opstellen of wat anders gaan doen. Ik zou niet aarzelen om daar hulp bij te zoeken. En dan denk ik niet dat ik een loser ben. Ik vind het dan juist krachtig om mijn eigen weg te gaan

Levenservaring

Een burn-out of overspannenheid of hoe je het wil noemen gaat me, denk ik, niet nog een keer gebeuren. Nu zal ik de signalen serieus nemen. Het heeft me ook daadkrachtiger gemaakt om stelling te nemen over de situatie in het onderwijs. Er moet écht iets veranderen. Jongere collega’s nemen mijn advies aan. Ik heb alles al wel een keer meegemaakt. Die mentorrol vind ik leuk om te vervullen. Het heeft denk ik met mijn leeftijd te maken dat ook ouders van leerlingen makkelijk mijn pedagogische adviezen aannemen. Dat is een voordeel van het ouder worden. Ik denk wel dat het belangrijk is om te blijven werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Wat dat betreft is mijn buurman van 85 jaar die Arabisch aan het leren is en goed bij de tijd is echt een voorbeeld voor me.

Vrijheid en me-time

Nu ik wat ouder word krijg ik meer vrijheid daar geniet ik van. De kinderen hebben minder zorg nodig. Door de jaren heen hebben we gezorgd dat het financieel goed gaat. Nu ga ik na het eten een rondje lopen. Vroeger was dat spitsuur. Ik merk ook wel dat ik me-time nodig heb om in balans te blijven. Ik zorg ervoor dat ik een paar avonden in de week niets hoef. Heerlijk is dat. Daarom ben ik bijvoorbeeld ook gestopt met vrijwilligers werk in de avonden. Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen en durf veel meer mijn eigen keuzes te maken.

Wijze lessen

Accepteer dat als je last van iets hebt dat dat bij je hoort. Laat het er zijn, het is ok. Kijk om je heen en relativeer. Tel je zegeningen.

Dit is natuurlijk heel makkelijk gezegd want dit zeg ik in heel goede omstandigheden en alles zit mee. Daarmee bouw ik misschien ook wel een buffer op. Zodat als het misschien iets minder gaat, ik dan kan denken dat ik mijn portie geluk ook wel heb gehad en dat ik daar dan wel op kan teren. Ik hoop tenminste dat ik dat kan. Dat heeft ook wel te maken met mijn levensinstelling. Het glas is half vol in plaats van half leeg.