ervaringen

Dagmar vertelt hoe zij de overgang ervaart.

Hoe ervaren andere vrouwen hun midlife-fase, de levensfase die pakweg valt tussen de veertig en zestig jaar? Waar maken zij zich zorgen over? Wat is er anders dan voorheen? Hoe zitten zij in hun vel? Als bijna vijftiger-er ga ik met deze vragen op pad en ga ik in gesprek met vrouwen boven de veertig jaar.

Dagmar

Dagmar is 48 jaar. Zij is 21 jaar getrouwd met Manuel. Samen hebben zij 3 kinderen, een zoon van 16 en een twee meiden van 12 en 14 jaar. Dagmar werkt sinds een aantal jaren als hulpverlener met kwetsbare jongeren. Zij heeft sinds haar tienerjaren diabetes. Op een mooie ochtend in januari praat ik tijdens een wandeling langs de IJssel over haar haar midlife-fase en de overgang.

De overgang

Ik wist er nooit zoveel vanaf.  Ik voel me wat emotioneler de laatste tijd, heb vaker hoofdpijn en meer menstruatieklachten. Hiervoor ben ik naar de huisarts geweest. Die geeft aan dat ze niet met zekerheid kan zeggen waar de klachten vandaan komen maar dat de overgang hier zeker wel mee te maken kan hebben. Bij deze boodschap voelde ik weerstand. Ik ben iemand die heel graag bezig wil zijn maar ik merk ook wel dat het fysiek allemaal wat moeilijker gaat. Ook mijn suikerziekte speelt hierbij een rol. Ik moet rekening houden met mijn lijf en eigenlijk wil ik dit helemaal niet. Het voelt alsof ik beperkt word. Mijn fysieke grenzen ga ik vaak over. Ik merk bijvoorbeeld dat ik last krijg van fysieke klachten als ik bepaalde dingen in het huishouden doe. Dat vind ik zonde. Veel liever krijg ik die klachten door een stapavondje met vriendinnen of een flinke wandeling dan door zo iets stoms als het huishouden.

Het zijn allemaal kleine dingetjes waarin ik merk dat ik ouder wordt. Ik ben stijver in mijn gewrichten. Ik heb last van mijn voeten. Ik vind het lastig om daar mee rekening te houden. Vooral als ik bezig ben negeer ik de pijn. Maar als ik moe ben heb ik er meer last van. Mentaal voel ik me wat minder krachtig. Vroeger ging ik lekker door. Dat doe ik minder. Ik hou nu meer rekening met mijn lijf. Mijn gezin heeft mij nodig ik ben ZZP-er dus ik kan het me niet veroorloven om langdurig uit te vallen. Ik voel de verantwoordelijkheid naar mijn eigen lijf. Ik ga dus bijvoorbeeld niet meer schaatsen, iets wat ik toen ik jonger was, wel deed.

Ik merk dat opmerkingen van anderen meer binnenkomen. Ik kan dat minder makkelijk loslaten. Ik  erger me veel meer aan mensen die negatief zijn. Mensen die even een vervelende opmerking plaatsen. Ik wordt daar moe van, ik vind het gezeur. Doe even normaal denk ik dan. Ik stoor me dan aan mezelf dat ik het niet los kan laten, het beïnvloed mijn humeur. Ik merk dat ik dat koppel aan ouder worden. Misschien klopt dat niet hoor, maar het valt me op.

overgang

Eigen pubers

De hele puberteit en alles waar mijn kinderen door heen gaan in deze periode grijpt me wel eens aan. Ik zie dat ze behoefte hebben aan vrijheid en zelfstandigheid maar ze zoeken ook de geborgenheid, veiligheid en aansturing. Het stuk loslaten is moeilijk. Ik heb al snel een brok in de keel. Mijn hart gaat dan zo naar ze uit. Ik denk dan: och kind, wat een worsteling. Ik heb het moeilijk als zij het moeilijk hebben. Ik sta er nu volgens mij veel emotioneler in dan vroeger. Maar ik merk dat mijn kinderen niet altijd staan te wachten op mijn emoties. Dan vraag ik mijn partner die veel rationeler dan ik ben, om iets op te pakken met de kinderen. Wat me helpt is dat ik natuurlijk relativeringsmateriaal op mijn werk heb. Ik werk met alleenstaande minderjarige jongeren. Mijn kinderen hebben eigenlijk een luizenleventje vergeleken met deze jongeren. Ze komen uit een veilig nest, ze vinden hun weg wel. Ik kan er wel naar uitkijken als ze het huis uit zijn. Het lijkt me wel lekker, ruimte voor mezelf en niet geclaimd worden.

Ouders

Mijn ouders zijn eind 70 en gelukkig goed gezond, we gaan binnenkort een levenstestament opstellen. Wat zijn de wensen van mijn ouders als ze in een situatie komen waarin ze niet meer zo goed kunnen.  Nu gaat het nog goed, ze zijn mobiel ect. Mijn opa heeft alzheimer gekregen, wat als een van mijn ouders dit krijgt?

Tijdens dit gesprek over het levenstestament met mijn broers, mijn ouders en ik gaan we de taken verdelen. Het betekent niet dat ik als dochter automatisch het meeste ga doen. Mijn vader heeft wel eens gezegd dat toen mijn opa en oma zorg nodig hadden, zijn zus omdat ze een vrouw was, wel heel veel op haar bordje kreeg. Zij werd geclaimd door mijn oma. Ik wil uit mezelf best een stuk zorg op me nemen als dat nodig is. Hierin voel ik me zeker niet geclaimd. Het voelt ook niet alsof ik mezelf dan beperk in mijn ontwikkeling. Toen de kinderen klein waren, was mijn man vooral aan het werk. Ik heb toen volop de ruimte gehad om mezelf te ontwikkelen. Ik heb opleidingen kunnen volgen en allerlei cursussen. Dus als ik nu tijd moet investeren in mijn ouders is dat prima. Mijn band met mijn ouders is goed. Ik speel elke week saxofoon met mijn vader en met mijn moeder ga ik dan lekker aan de klets. Dit ervaar ik echt als quality time.

Vrijheid, lekker een reis maken. Doordat ik werk kan mijn man tussen klussen thuis zijn. Hij heeft toen de kinderen klein waren was hij vooral aan het werk. Ik heb de ruimte gehad om mezelf te ontwikkelen. Ik heb best wel lang kunnen shoppen. Dat was prima voor mij. Ik heb het gevoel dat ik mezelf heb kunnen ontwikkelen. Ik kijk daar tevreden op terug. Ik hoef nu niet per se voor mezelf. Dus als ik wat meer tijd moet investeren in mijn ouders dan is dat prima.

Relatie

Mijn behoefte in wat ik nu nodig heb in een relatie is verandert. Ik heb meer behoefte aan een levenspartner, iemand die hetzelfde in het leven staat en die dezelfde behoeftes heeft. Mijn man en ik zitten hierin niet op een lijn en dat botst wel eens. Ik berust me er in dat het nu is wat het is. De focus ligt op het draaiende houden van het gezin. Dat gaat goed en daar geniet ik van. De laatste jaren ben ik steeds meer gaan werken. Toen de kinderen klein waren werkte mijn man vooral en was ik thuis. Dat is nu anders. Mijn man is nu meer thuis. Hij heeft een achterstand qua contact met de kinderen. Ik vind het wel eens moeilijk om daar mijn weg in te vinden. Soms voelt het of we elkaars concurrent zijn in het contact met de kinderen. We vormen geen blok. Mijn rol daarin is ook niet altijd fijn. Ik moet hem de ruimte geven om een band met de kinderen op te bouwen. Dat doet hij soms anders dan ik zou doen. Hij heeft zelf geen goed voorbeeld gehad dus dat is wel eens moeilijk.

Wijze woorden

Probeer de leuke en de mooie dingen te zien. Blijven lachen! En blijf zien wat het leven in petto heeft. Houd rekening met je lichaam, zorg er goed voor. Stop niet op met ontdekken van de wereld en jezelf.

Wil jij ook graag jouw ervaringen over de overgang delen? Dan kom ik graag met je in contact.

Nathalie